Mijn deur staat altijd open
George was gekend als een succesvol zakenman. Vanuit de
Kempen had hij een mooi bedrijf opgebouwd in industriële verpakkingen, hij
woonde in een grote villa en had doorheen de jaren een kleine verzameling
luxewagens bij elkaar gereden. Hij zat al vijftien jaar in het bestuur van
KOMA, Kempense Ondernemers Met Ambitie, en zijn vriendengroep bestond
voornamelijk uit andere CEO's, directeurs en mensen die op recepties zinnen
begonnen met "wat wij op strategisch niveau zien...". Hij strooide met namen van ondernemers en citeerde Marc Coucke, alsof dat zijn persoonlijke kameraad was.
Toch was George altijd met zijn voetjes op de grond
gebleven. Dat zei hij zelf ook regelmatig. Meestal vlak voor hij in zijn
Porsche 911 Carrera GTS stapte en als een raket van de parking verdween.
George hield namelijk niet van stilstaan. Nergens. Ook niet op het werk.
De AWS
George geloofde sterk in meten. Omzet, resultaten,
productiviteit, maar ook in minder conventionele indicatoren. Zo had hij door
de jaren heen zijn eigen KPI ontwikkeld: de AWS. Average Walking Speed.
George observeerde hoe snel zijn werknemers door de
gangen en het magazijn wandelden. Wie stevig doorstapte, had drive. Wie te
traag wandelde, was lui. Of nog erger: ambitieloos. Daar hoefde volgens George
geen ingewikkeld HR-model rond gebouwd te worden. Na vijfendertig jaar
ondernemen ontwikkel je daar een oog voor.
George kon trouwens goed om met het werkvolk. Naar eigen
zeggen. Het bedrijf was eigenlijk één grote familie, alleen waren ze toevallig
geen familie van elkaar. En zichzelf zag hij al helemaal niet als een typische
baas. Hij was one of the guys. En dames uiteraard. George discrimineerde niet.
De Marketing Manager
George geloofde ook in jonge mensen kansen geven. Zo kwam
Lucas in het bedrijf terecht: net afgestudeerd, marketing gestudeerd, klaar
voor zijn eerste echte job. George zag onmiddellijk potentieel en maakte hem
Marketing Manager. In titel. Het loon zou later wel volgen, eerst moest Lucas
zich bewijzen. Dat vond George belangrijk. Je kon jonge mensen alles cadeau
doen, maar daar werden ze uiteindelijk ook niet beter van.
Lucas was vooral blij dat hij een job had. En zo begon
hij als eenmansmarketingafdeling van een bedrijf waar ongeveer iedereen een
mening over marketing had.
Toen gebeurde er iets op een KOMA-avond. George raakte
aan de praat met Charles, en Charles vertelde hem dat de wereld aan het
veranderen was. Digitalisering. AI. E-commerce. Internationale markten.
Bedrijven die vandaag niet op de trein sprongen, waren morgen niet meer mee.
George voelde een rilling over zijn rug lopen. Hij keek
even rond in de zaal. Overal Kempense Ondernemers Met Ambitie. Maar hoeveel van
hen zagen wat hij nu zag? De wereld veranderde. En George ging mee veranderen.
Er moest een internationale webshop komen.
Een goede leider luistert
Maandagochtend wandelde Lucas met zijn kabas in de ene
hand en een warme koffie in de andere voorbij het kantoor van George.
"Lucas!"
Lucas stak zijn hoofd binnen.
"Ge moet een e-commercewinkel bouwen."
"Een webshop?", zei Lucas na een korte stilte.
"Internationaal. Anders zijn we binnenkort niet meer
mee."
Lucas probeerde uit te leggen dat een internationale
webshop iets ingewikkelder was dan een knop "koop nu" op de website
zetten. En dat die ochtend trouwens eerst de prijzen in de nieuwe
promotiefolder nog gecorrigeerd moesten worden.
George kreeg daar de wubbes van. Dat operationele denken
toch, altijd. Prijzen aanpassen. Folders. Details. Terwijl de wereld voor hun
ogen aan het veranderen was.
"Lucas, ge zijt Marketing Manager. Ik verwacht dat
ge op niveau leert denken." De webshop zou hun organisatie katapulteren
naar de wijde wereld.
Lucas probeerde nog iets te zeggen over capaciteit, over
logistiek, over misschien eerst eens onderzoeken of er überhaupt internationale
vraag was. Hij kreeg een fikse uitbrander. Hij moest zich nog bewijzen, en dit
was nu precies het soort kans waarop jonge, ambitieuze mensen zaten te wachten.
Lucas verliet het kantoor met zijn koffie. George opende
zijn spreadsheet met personeelsevaluaties en zette bij Lucas een streepje in de
kolom "negatief". Een goede leider moest tenslotte consequent zijn.
We zijn internationaal, baby
De volgende ochtend stond Lucas opnieuw in het kantoor,
met een voorstel. Klein beginnen. Een eenvoudige webshop met een beperkt
budget, een handvol producten, wat verkeer inkopen, en meten of er überhaupt
buitenlandse vraag was. Als het werkte, konden ze verder investeren.
George keek hem aan. Nu begon het hem echt op de zenuwen
te werken. Was hij dan werkelijk de enige in dit bedrijf die zag wat er aan het
gebeuren was?
Nee. Wacht. Charles zag het ook.
George draaide zich naar het kastje achter zijn bureau en
begon door een stapel visitekaartjes te gaan. En jawel: Charles. AI Operations
& Digital Future Architect. George zijn ogen lichtten op. Lucas was niet
negatief, Lucas was gewoon te junior. Hij had begeleiding nodig. Goed
leiderschap betekende tenslotte ook herkennen wanneer iemand hulp nodig had.
George belde Charles, 20k zei deze. Eigenlijk had Georges daar geen probleem mee. Charles was een ondernemer en die moeten ook brood op de plank hebben, daarbij dankzij Charles kon George vroeg mee op de trein springen. Enkele dagen later begon het
discoverytraject. Twintigduizend euro. Nog voor iemand iets verkocht had.
Charles stond vooraan. "We're international, baby. So from now
on, English is our working language."
Lucas stak voorzichtig zijn hand op. "Charles... we
hebben eigenlijk alleen lokale klanten."
George zijn ogen schoten naar hem. "Luister, Lucas.
Dit discoverytraject kost twintigduizend euro. Dus graag wat aandacht wanneer
de grote mensen aan het praten zijn."
Lucas zei niets meer. Hij klapte zijn laptop open, opende
LinkedIn, en zette zichzelf spontaan op Open to Work en knikte braafjes ja op alles wat Charles zei. Ook dat was George opgevallen, na de 6uur lange meeting nam George Lucas even apart: "ik hou niet wat ja-knikkers Lucas". Lucas knikte braafje ja.
Fantastische kwartaalresultaten
Een paar maanden later stormde George op een
vrijdagochtend het kantoor binnen. "Fantastische kwartaalresultaten!"
Iedereen keek op.
"Lisa! Kom eens binnen. En doe de deur dicht."
De deur ging dicht. Een halfuur lang was er vanuit het
kantoor alleen gedempt overleg te horen. Daarna verscheen er een mail in ieders
inbox. Proficiat allemaal, het bedrijf had een uitstekend kwartaal achter de
rug. Om iedereen te bedanken voor de geweldige inzet trakteerde George die
middag op broodjes. Op zijn kosten.
George zelf kon er helaas niet bij zijn. Hij ging lunchen
met de raad van bestuur.
Jef van het magazijn las de mail en keek naar zijn
brooddoos. Zijn vrouw had die ochtend boterhammen klaargemaakt. Met kaas. Een
gekookt eitje. En zo'n klein tomaatje erbij. Jef keek naar zijn brooddoos. Toen
naar de mail. Toen terug naar zijn brooddoos.
"Fuck it. Een gratis broodje laat ik niet
schieten."
Hij schoof zijn Tupperware achteraan in zijn locker, waar
ze werd vergeten. Tegen de tijd dat iemand ze terugvond, had zich binnenin een
ecosysteem ontwikkeld dat waarschijnlijk zelfstandig Europese subsidies kon
aanvragen. Vanaf dan maakte Jef zijn eigen boterhammen.
De website
Een maand later had Charles zijn werk gedaan. Er lag een
volledige scope voor een internationale webshop. Engels, Nederlands, Frans. En
Chinees. Dat laatste was op vraag van George. Lucas had voorzichtig opgemerkt
dat niemand binnen het bedrijf Chinees sprak. George zag een markt van meer dan
een miljard mensen. Lucas zag alweer problemen in plaats van mogelijkheden.
De website zelf bouwen deed Charles niet. Dat was te
operationeel. Dus kreeg Lucas de opdracht om websitebouwers te zoeken die de
scope van Charles konden uitvoeren.
Lucas deed zijn huiswerk en kwam terug met drie
kandidaten. De eersten waren de top dogs uit de Kempen: een gevestigde naam,
een stevig team, jaren ervaring, verschillende internationale webshops op hun
palmares. De tweede was een kleiner bedrijf met jonge gasten, minder
indrukwekkend cv, maar Lucas had hun werk bekeken en vond hen uitzonderlijk
getalenteerd. Stiekem hoopte hij dat zij het zouden worden. De derde stond
vooral op de lijst omdat drie offertes professioneler oogt dan twee.
Lucas begon zijn presentatie. Bij kandidaat twee
onderbrak George hem. "Hoe oud zijn die mannen?" Lucas vertelde het.
George schudde zijn hoofd. "Jonge gasten met talent. Daar kunnen we niet
op bouwen, zenne, Lucas."
Geschrapt.
De top dogs mochten wel langskomen. Op dinsdagochtend
reed hun zaakvoerder de parking op met een Brabus G-Wagon. George stond
toevallig aan het raam van zijn kantoor. Hij keek naar de G-Wagon. Toen naar
Lucas. Toen opnieuw naar de G-Wagon. Zijn gezicht trok wit weg. "Als die
mannen daarmee kunnen rijden, factureren ze duidelijk te veel."
Lucas wilde iets zeggen over omzet, over winstgevendheid,
en over het feit dat een auto misschien geen bijzonder robuuste methode was om
leveranciers te selecteren. Maar George had zijn beslissing al genomen.
"Ik heb trouwens iets dringend. Doe jij deze meeting maar, en stuur mij
het verslag via mail."
George nam zijn jas. Die dag werd hij niet meer
teruggezien.
Acht talen
Uiteindelijk kwam de website terecht bij iemand uit
George zijn netwerk. De zaakvoerder zat ook bij KOMA, en op verschillende
netwerkrecepties hadden ze al regelmatig strategisch advies uitgewisseld.
George kende hem. George vertrouwde hem.
En amper een maand later was de webshop klaar. Niet in
drie talen. In acht. Lucas wist niet helemaal hoe ze van drie naar acht waren
gegaan, maar op een bepaald moment had iemand blijkbaar beslist dat
internationale ambitie vooral een kwestie van dropdownmenu's was.
De webshop zag er indrukwekkend uit. Lucas vroeg naar de
testing. De pagina's waren getest. De formulieren waren getest. De winkelmand
werkte. Maar Lucas wilde eigenlijk één volledige bestelling laten doorlopen,
met echte klanten, echte accounts, echte prijzen, echte betaalmethodes en de
systemen achter de website.
"Als we misschien eerst met twintig klanten..." George zuchtte. "Lucas, op een bepaald moment moet ge stoppen met excuses zoeken om op Facebook te zitten en gewoon lanceren."
De website was klaar. Nu moest de markt nog volgen.
The digital age
Lucas kreeg de opdracht een mail naar de klanten te
sturen: vanaf nu konden ze digitaal bestellen. Hij schreef de mailing. Lisa las
hem na en vond sommige woorden wat agressief. Penny van aankoop las hem daarna
en vond hem dan weer niet to the point genoeg. Daarna kwam de mail bij George.
George las hem. Dacht even na. En herschreef de essentie.
Klanten konden vanaf nu niet via de website bestellen. Klanten moesten via de
website bestellen.
"The digital age, he." Hij knipoogde. Send.
De bezoekersaantallen ontploften. Even later de
telefoonlijn ook.
De eerste klant kon niet betalen. De tweede ook niet. Een
derde geraakte wel door de betaling, maar kreeg geen correcte bevestiging. Nog
iemand had een account dat niet herkend werd. En een klant die al vijftien jaar
telefonisch bestelde, belde om te vragen waarom hij plots een wachtwoord nodig
had om verpakkingen te kopen.
De telefoon bleef gaan. Lucas probeerde de problemen door
te sturen naar de websitebouwer. Aankoop kreeg vragen waar aankoop niets mee te
maken had. Lisa probeerde klanten gerust te stellen. Het magazijn wist bij
sommige bestellingen niet of ze nu wel of niet waren doorgekomen. En George
wilde vooral weten waarom iedereen zo negatief deed. Er was toch duidelijk
tractie? Kijk eens hoeveel bezoekers.
Het duurde dagen voor de grootste problemen opgelost
waren. Of beter: ongeveer negentig procent ervan. Bij een aantal klanten bleven
de betalingen gewoon mislukken. Ook dat stopte, niet omdat het probleem opgelost was, wel omdat klanten ergens anders hun verpakking gingen halen. En wat begonnen was als digitale transformatie,
eindigde met medewerkers die klanten telefonisch hielpen om een bestelling door
een systeem te krijgen dat net gebouwd was om die telefoongesprekken overbodig
te maken.
De flater van de websitebouwer
Het debacle kostte het bedrijf handenvol geld. Gemiste
bestellingen. Interne uren. Herstelwerk. Gefrustreerde klanten. De raad van
bestuur was niet gelukkig.
Gelukkig was het bedrijf gezond genoeg om de klap op te
vangen. Na enkele maanden draaide de omzet weer ongeveer normaal. Maar in de
kwartaalcijfers voelde je het, en zelfs in de jaarcijfers bleef er iets van
hangen. Dat jaar was er geen eindejaarsbonus voor de werknemers. De gratis
broodjes op vrijdag verdwenen ook.
George vond het jammer. Maar ondernemen was nu eenmaal
risico nemen. En uiteindelijk kon niemand voorzien dat de websitebouwer zo'n
flater zou maken.
Flor voor de vrienden
Enkele maanden later stond George opnieuw op een
KOMA-netwerkavond. Daar ontmoette hij Floris. Flor voor de vrienden. Flor was
een jonge ondernemer die met AI enkele applicaties had gebouwd waarmee
bedrijven hun productiviteit konden verbeteren. Slimme gast. Technisch sterk.
Nog niet veel klanten. Daarom was hij lid geworden van KOMA.
George luisterde aandachtig. AI was niet volledig zijn
metier, en hij kon respect opbrengen voor mensen die ergens meer van wisten dan
hij. Hij zag onmiddellijk mogelijkheden. Automatisering. Efficiëntie.
Productiviteit. Misschien kon Flor iets voor het bedrijf betekenen. Misschien
zelfs intern.
Die avond kwam George thuis, schonk zichzelf nog iets in
en opende zijn laptop. Hij ging naar ChatGPT en typte:
"Als ik een jonge ondernemer in dienst wil nemen
omdat hij geen klanten heeft, met veel kennis van AI maar die zich nog niet
bewezen heeft, wat is dan het minimumloon dat ik hem kan geven?"
George drukte op enter. Want goede ondernemers letten nu
eenmaal op de kosten. En binnen 3 weken kwam de computer toch vrij waarop Lucas zijn werk deed, want Lucas had iets anders gevonden. "Jammer, Lucas was geen slechte gast" dacht George "maar ja mensen appreciëren niet altijd de kansen die ze krijgen".
En Jef? Die is intussen vijf kilo afgevallen.
Niet omdat hij plots meer ambitie heeft, wel omdat sensor A vooraan in het
magazijn nu meet hoelang het duurt voor hij sensor B bereikt. Tegenwoordig krijgen ze ook regelmatig vreemde spammails met vol met Chinese tekst, gelukkig markeert Lisa ze telkens als spam. Geen idee waar die ineens vandaan komen.
Mijn deur staat altijd open
George is geen slechte mens, hij zou zichzelf ook nooit een slechte leider noemen. Waarschijnlijk zouden veel mensen dat ook niet doen. Hij heeft tenslotte een succesvol bedrijf gebouwd, kansen gegrepen, successen behaald. En misschien is dat net het gevaar. Na genoeg goede beslissingen bestaat het gevaar dat je gaat denken dat je ook bijzonder goed bent in bepalen in wie en wat deugt.
Lucas vertelde hem meerdere keren iets wat hij niet wilde horen. Niet één keer werd de informatie onderzocht. Telkens werd de boodschapper het probleem. Na een tijdje stoppen mensen daarmee.
Je deur kan wagenwijd openstaan. Als slecht nieuws er niet veilig doorheen kan, zit je nog altijd alleen in je kantoor.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten